Lezingen

02 – 08 – 2020

ACHTTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR

EERSTE LEZING  Jes., 55, 1-3

Uit de Profeet Jesaja

Zo spreekt God de Heer: “Komt naar het water, gij allen die dorst lijdt! Ook gij die geen geld hebt, komt toch. Komt kopen, geniet zonder geld en zonder te betalen. Komt kopen wijn en melk. Wat geeft gij uw geld voor iets dat geen brood is? Wat geeft gij uw arbeid voor iets dat niet voedt? Luistert, luistert naar Mij: dan eet gij wat goed is, dan verzadigt gij u aan heerlijke spijs. Neigt uw oor en komt naar Mij en luistert en gij zult leven.”

TUSSENZANG     Ps. 145 (144), 8-9, 15-16, 17-18

REFREIN: Gij opent uw hand, Heer, en zegent ons.

De Heer is vol liefde en medelijden, lankmoedig en zeer goedgunstig.

De Heer is bezorgd voor iedere mens, barmhartig voor al wat Hij maakte.

De ogen van allen zien hoopvol naar U, Gij geeft hun te rechter tijd spijs.

Gij opent uw hand voor alles wat leeft, voldoet aan al hun verlangens.

De Heer is rechtvaardig op al zijn wegen, en heilig in al wat Hij doet.

Nabij is de Heer voor elk die Hem aanroept, voor elk die oprecht tot Hem bidt.

TWEEDE LEZING Rom., 8, 35. 37-39

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters, Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking wellicht of nood, vervolging, honger, naaktheid, levensge­vaar of het zwaard ? Over dit alles zegevieren wij glansrijk, dank zij Hem die ons heeft liefgehad. Ik ben ervan overtuigd, dat noch de dood noch het leven, noch engelen, noch boze geesten, noch wat is noch wat zal zijn, en geen macht in den hoge of in de diepte, noch enig wezen in het heelal ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus onze Heer.

ALLELUIA   Mt., 4, 4b

Alleluia. Niet van brood alleen leeft de mens, maar van elk woord, dat uit de mond van God komt. Alleluia.

EVANGELIE         Mt.,14,13-21

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd voer Jezus in een boot naar een eenzame plek om alleen te zijn. Maar het volk kwam dit te weten en zij gingen Hem vanuit hun steden te voet achterna. Toen Hij bij zijn landing dan ook een grote menigte zag, kreeg Hij diep medelijden met hen en Hij genas hun zieken. Tegen het vallen van de avond kwamen zijn leerlingen naar Hem toe en zeiden: “Deze plek is eenzaam en het is al laat op de dag. Stuur dus het volk weg om in de dorpen eten te gaan kopen.” “Het is niet nodig dat zij weggaan – zei Jezus hun, geeft gij hun maar te eten.” Doch zij antwoordden: “Wij hebben hier niet meer dan vijf broden en twee vissen.” Waarop Jezus sprak: “Brengt die dan hier.” En Hij gaf opdracht dat het volk zich zou neerzetten op het gras. Hij nam de vijf broden en de twee vissen, sloeg de ogen ten hemel, ; en nadat Hij de zegen had uitgesproken, brak Hij de broden die Hij aan zijn leerlingen gaf en de leerlingen gaven ze weer aan het volk. Allen aten tot ze verzadigd waren en aan overgebleven brokken haalde men nog twaalf volle korven op. Het waren ongeveer vijfduizend mannen die hadden gegeten, vrouwen en kinderen niet meegerekend.