Nieuws

Van de Diaken

Zoals wij zijn, zo zijn de tijden

En daarom zeg ik, broeders en zusters: bid zoveel u kunt. Er is een overvloed aan slechte dingen en dat heeft God zelf toegelaten. Was er maar geen overvloed aan slechte mensen, dan zou er ook geen overvloed zijn aan slechte dingen. Het zijn slechte tijden! het zijn moeilijke tijden! Dat zeggen de mensen tenminste. laten we liever goed leven, dan worden de tijden vanzelf goed. Wij zijn de tijden. Zoals wij zijn, zo zijn de tijden (= nos sumus tempora: quales sumus, talia sunt tempora). Maar wat doen wij eraan? … Waarom teleurgesteld zijn, waarom mopperen op God? Er is een overvloed aan slechte dingen in de wereld om te voorkomen dat we de wereld beminnen. … De wereld is slecht, jazeker, slecht. Maar we beminnen haar alsof ze goed is. Wat is er dan zo slecht aan de wereld? Want de hemel, de aarde en het water zijn niet slecht, en alles wat daarin is, vissen, vogels, bomen, ook niet. Al die dingen zijn goed. Nee, het zijn de slechte mensen die de wereld slecht maken. Maar omdat we die slechte mensen zolang we leven, nu eenmaal niet kunnen ontlopen, moeten we een diepe verzuchting slaken naar God onze Heer, en het slechte verdragen om het goede te bereiken. Laten we het ons Gezinshoofd niet aanrekenen, want Hij is goed voor ons. Hij draagt ons, en niet wij Hem. Hij weet hoe Hij zijn schepping moet besturen. Doe wat hij beveelt, en hoop op wat Hij belooft. Augustinus / sermo 80,8 in: Van aangezicht tot aangezicht: preken over teksten uit het evangelie volgens Matteüs. – Amsterdam, 2004. – p. 433-434